Fietser uitgeweken naar de rijbaan door geparkeerde auto's die fietspad en stoep blokkeren op een drukke Nederlandse straat met bakstenen rijtjeshuizen.

Waarom is parkeren in 2026 een groter probleem dan tien jaar geleden?

Parkeren in 2026 is een groter probleem dan tien jaar geleden omdat steden dichter bebouwd zijn, woningbouw sneller gaat dan infrastructuur en het aantal voertuigen per huishouden nauwelijks daalt ondanks de opkomst van deelmobiliteit. De combinatie van stedelijke verdichting, verouderde parkeernormen en veranderend mobiliteitsgedrag zorgt voor een structureel parkeertekort in veel Nederlandse wijken. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over parkeerdruk, parkeerbeleid en hoe gemeenten dit betrouwbaar in kaart brengen.

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van toenemende parkeerdruk?

De parkeerdruk in Nederland neemt toe door een samenspel van drie factoren: meer woningen in bestaande wijken, onvoldoende uitbreiding van parkeerinfrastructuur en een groeiend aantal voertuigen per adres. Gemeenten bouwen bij voorkeur binnenstedelijk, maar de openbare ruimte biedt weinig ruimte voor extra parkeerplaatsen. Het resultaat is dat bestaande parkeercapaciteit onder druk komt te staan.

Concreet spelen de volgende oorzaken een rol:

  • Woningsplitsing en appartementering: Wanneer een eengezinswoning wordt omgezet naar meerdere appartementen, stijgt de parkeerbehoefte direct. Een splitsing van een bovenwoning in twee zelfstandige appartementen kan de parkeernorm verhogen van 1,5 naar 2,6 parkeerplaatsen, een toename van meer dan 1 parkeerplaats.
  • Nieuwbouw zonder voldoende parkeercapaciteit: Ontwikkelaars en gemeenten rekenen soms te optimistisch op het gebruik van openbaar vervoer en deelmobiliteit, waardoor nieuwe bewoners hun auto in de openbare ruimte parkeren.
  • Groeiend autobezit in specifieke segmenten: Hoewel het totale autobezit stabiliseert, neemt het bezit in bepaalde stedelijke gebieden toe, met name door de groei van het aantal huishoudens.
  • Foutief parkeren: Voertuigen die voor uitritten, in bochten of op trottoirs staan, verminderen de effectieve parkeercapaciteit zonder dat dit in officiële tellingen altijd zichtbaar is.

De combinatie van deze factoren maakt dat de parkeerdruk in woonwijken structureel toeneemt, ook zonder dat het totale wagenpark spectaculair groeit.

Hoe heeft stedelijke verdichting het parkeervraagstuk veranderd?

Stedelijke verdichting heeft het parkeervraagstuk fundamenteel veranderd doordat dezelfde openbare ruimte nu meer functies en meer bewoners moet bedienen. Waar vroeger een straat met grondgebonden woningen een relatief stabiele parkeerbehoefte had, zorgen gestapelde bouw en functiemenging voor pieken op verschillende momenten van de dag.

In dichtbebouwde wijken is de parkeercapaciteit per woning structureel lager dan in uitleggebieden. Gemeenten kiezen bewust voor compacte bebouwing om ruimte te besparen, maar dit betekent dat parkeerplaatsen op eigen terrein vaak ontbreken. Bewoners en bezoekers zijn daardoor volledig afhankelijk van de openbare ruimte.

Verdichting brengt ook pieksituaties met zich mee. Een woonwijk met een moskee, sportvereniging of horecacluster kent op specifieke momenten een veel hogere parkeerbehoefte dan op doordeweekse middagen. Parkeertellingen in de avonduren en in het weekend laten daardoor heel andere bezettingsgraden zien dan overdag. Dit maakt het meten van parkeerdruk complexer dan tien jaar geleden, toen functies minder gemengd waren.

Waarom schieten bestaande parkeernormen tekort in moderne wijken?

Bestaande parkeernormen schieten tekort omdat ze vaak zijn gebaseerd op verouderde aannames over autobezit en mobiliteitsgedrag die niet meer aansluiten bij de realiteit van moderne, gemengde wijken. Normen die tien jaar geleden zijn vastgesteld, houden geen rekening met de huidige woningdichtheid, het gebruik van elektrische voertuigen of de toegenomen diversiteit aan functies per straat.

Het CROW publiceert richtlijnen voor parkeernormen, waaronder de Parkeerkencijfers 2024: Basis voor parkeernormen. Deze richtlijn hanteert een maximaal acceptabele bezettingsgraad van 90% en een acceptabele loopafstand van 100 meter. Boven de 90% neemt zoekverkeer merkbaar toe, wat leidt tot extra verkeersoverlast in de omgeving.

Het probleem is dat veel gemeenten werken met lokale normen die ouder zijn dan de meest recente CROW-richtlijnen. Bovendien houden normen vaak geen rekening met:

  • De daadwerkelijke bezettingsgraad op maatgevende momenten, zoals avonden en weekenden
  • Het verschil tussen bewonersparkeren en bezoekersparkeren
  • De invloed van nabijgelegen functies zoals religieuze gebouwen, winkels of scholen
  • De groei van het aantal elektrische voertuigen, die specifieke laadparkeerplaatsen bezetten

Een norm van 1,5 parkeerplaats per woning kan in een rustige buitenwijk voldoende zijn, maar in een stedelijke omgeving met woningsplitsing en hoge bezettingsgraden al snel onvoldoende blijken.

Wat is het effect van deelmobiliteit op de lokale parkeerbalans?

Deelmobiliteit heeft tot nu toe een beperkt aantoonbaar effect op de lokale parkeerbalans in woonwijken. Hoewel deelauto’s en deelfietsen het autobezit in theorie kunnen verminderen, blijkt in de praktijk dat bewoners in veel wijken hun eigen auto blijven houden naast het gebruik van deelmobiliteit.

Het effect van deelmobiliteit verschilt sterk per locatie en doelgroep. In hoogstedelijke gebieden met een jong, hoogopgeleid bewonersprofiel en goed openbaar vervoer is de invloed groter. In middelgrote steden en buitenwijken is het effect vooralsnog beperkt meetbaar.

Gemeenten die parkeerbeleid baseren op verwacht gebruik van deelmobiliteit, lopen het risico de parkeercapaciteit te onderschatten. Een realistisch parkeeronderzoek houdt rekening met de daadwerkelijke bezettingsgraad op meerdere momenten, niet met verondersteld toekomstig gedrag. Deelmobiliteit kan een rol spelen in de onderbouwing van parkeernormen bij nieuwbouw, maar alleen als het aanbod gegarandeerd en structureel is, en als bewoners er aantoonbaar gebruik van maken.

Hoe meet je parkeerdruk betrouwbaar in een veranderende stad?

Je meet parkeerdruk betrouwbaar door meerdere tellingen uit te voeren op representatieve momenten, buiten vakantieperiodes, en onderscheid te maken tussen verschillende typen parkeren. Eén meting op één moment geeft een vertekend beeld. Een betrouwbaar onderzoek vereist minimaal zes tellingen, verspreid over avonden, nachten en weekenden.

Kies de juiste telmomenten

Het maatgevende meetmoment is het moment waarop de parkeerdruk het hoogst is. Dit is niet altijd de doordeweekse ochtend. In woonwijken ligt de piekbezetting vaak op weekdagavonden en zaterdagavonden. Bij locaties met specifieke functies, zoals een moskee of sporthal, kunnen vrijdagavonden of zondagen maatgevend zijn. Tellingen moeten deze pieken meenemen om een volledig beeld te geven.

Maak onderscheid in parkeertypen

Een betrouwbare meting maakt onderscheid tussen parkeren op openbaar terrein, parkeren op eigen terrein, mindervalideparkeren, langsparkeren en foutief parkeren. Foutief geparkeerde voertuigen, zoals auto’s voor een uitrit of op een trottoir, tellen mee in de bezetting maar niet in de officiële capaciteit. Dit verschil is relevant voor de berekening van de werkelijke parkeerdruk. Daarnaast maakt kentekenregistratie onderscheid tussen bewoners, langparkeerders en kortparkeerders, wat inzicht geeft in de samenstelling van de parkeervraag.

Door het onderzoeksgebied op te delen in secties van 100 tot 150 meter, sluit de analyse aan bij de acceptabele loopafstand van bewoners en bezoekers. Per sectie kun je dan bepalen of er een overschot of tekort aan parkeerplaatsen is, en hoeveel plekken minimaal nodig zijn om onder de 90%-grens te blijven.

Wanneer is een parkeeronderzoek noodzakelijk voor gemeenten?

Een parkeeronderzoek is noodzakelijk voor gemeenten wanneer er een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt die de parkeervraag verandert, wanneer bewoners structurele parkeeroverlast melden, of wanneer het parkeerbeleid wordt herzien. In al deze situaties heb je betrouwbare data nodig om beslissingen te onderbouwen.

Concrete situaties waarin een parkeeronderzoek nodig is:

  • Woningsplitsing of appartementering: Een wijziging in het aantal wooneenheden verandert de parkeernorm direct en vereist een toets aan de beschikbare parkeercapaciteit in de omgeving.
  • Nieuwbouw of herontwikkeling: Bij een bouwaanvraag moet de gemeente toetsen of de parkeerbehoefte van het nieuwe programma kan worden opgevangen, op eigen terrein of in de openbare ruimte.
  • Herziening van parkeerbeleid: Als een gemeente haar parkeernormen wil actualiseren of parkeerregulering wil invoeren, vormt een actueel parkeeronderzoek de feitelijke basis.
  • Klachten over parkeeroverlast: Wanneer bewoners of ondernemers structureel melden dat parkeren problematisch is, biedt een meting objectief inzicht in de werkelijke situatie.
  • Functiewijziging in een gebied: Een nieuwe supermarkt, religieuze instelling of sportfaciliteit verandert de parkeervraag op specifieke momenten aanzienlijk.

Een parkeeronderzoek is geen formaliteit, maar een instrument om concrete beslissingen te onderbouwen met feiten. Gemeenten die investeren in betrouwbare parkeerdata voorkomen bezwaren, vertragingen in vergunningverlening en toekomstige parkeerconflicten.

Hoe wij helpen bij parkeeronderzoek

Wij voeren parkeeronderzoeken uit voor gemeenten, projectontwikkelaars en andere opdrachtgevers die betrouwbare data nodig hebben om parkeerbesluiten te onderbouwen. Onze aanpak is systematisch, onafhankelijk en volledig afgestemd op de richtlijnen van het CROW.

Wat je van ons kunt verwachten:

  • Meerdere tellingen op representatieve momenten, inclusief avonden, nachten en weekenden, buiten vakantieperiodes
  • Onderscheid in parkeertypen, waaronder openbaar, eigen terrein, mindervalide, langsparkeren en foutief parkeren
  • Kentekenregistratie om bewoners, bezoekers en langparkeerders van elkaar te onderscheiden
  • Sectieanalyse op basis van loopafstanden van 100 tot 150 meter, aansluitend op CROW-normen
  • Heldere rapportage met concrete aanbevelingen over het benodigde aantal parkeerplaatsen per sectie
  • GIS-compatibele shapefiles voor gebruik in gemeentelijke planningssystemen

Met meer dan 200 afgeronde parkeeronderzoeken voor gemeenten en private opdrachtgevers weten we wat er nodig is om parkeerbeleid te onderbouwen dat stand houdt. Neem contact met ons op en ontdek wat wij voor jouw gemeente of project kunnen betekenen.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt een volledig parkeeronderzoek gemiddeld?

De doorlooptijd van een parkeeronderzoek hangt af van de omvang van het onderzoeksgebied en het aantal benodigde telmomenten. Voor een standaard woonwijk met zes telmomenten reken je doorgaans op twee tot vier weken veldwerk, gevolgd door één tot twee weken voor analyse en rapportage. Bij complexere gebieden met meerdere functies of grote secties kan dit oplopen tot zes weken. Plan een onderzoek daarom ruim vóór een vergunningsaanvraag of beleidsherziening in.

Wat als de parkeerdruk per sectie sterk verschilt — moet ik dan het hele gebied opnieuw inrichten?

Niet per se. Een sectieanalyse laat juist zien waar de knelpunten zitten, zodat gerichte maatregelen mogelijk zijn. Soms volstaat het om bewonersvergunningen te herverdelen, oplaadpalen strategisch te plaatsen of tijdelijke regulering in te voeren in de drukste secties. Een volledige herinrichting is alleen nodig als structurele tekorten in meerdere aangrenzende secties aantoonbaar zijn en alternatieve maatregelen onvoldoende effect hebben.

Mogen gemeenten afwijken van de CROW-parkeerkencijfers bij het vaststellen van lokale normen?

Ja, gemeenten hebben de ruimte om gemotiveerd af te wijken van de CROW-parkeerkencijfers en eigen lokale normen vast te stellen. De CROW-publicatie biedt richtlijnen, geen wettelijke normen. Wel moet een afwijking goed onderbouwd zijn, bij voorkeur met actuele parkeerdata uit het betreffende gebied. Zonder die onderbouwing lopen gemeenten het risico dat besluiten geen stand houden bij bezwaar- en beroepsprocedures.

Hoe ga ik als gemeente om met parkeerklachten van bewoners als ik nog geen actuele parkeerdata heb?

Zonder actuele data is het lastig om klachten objectief te beoordelen of af te wijzen. De eerste stap is het uitvoeren van een parkeeronderzoek om de werkelijke bezettingsgraad te meten op de momenten dat bewoners overlast ervaren. Communiceer in de tussentijd transparant met bewoners over het feit dat de situatie wordt onderzocht. Een meting geeft niet alleen inzicht in de ernst van het probleem, maar beschermt de gemeente ook tegen willekeurig beleid of juridische bezwaren.

Tellen elektrische voertuigen op laadpalen mee als bezette parkeerplaatsen bij een parkeeronderzoek?

Ja, elektrische voertuigen die op een openbare laadpaal staan, tellen mee als bezette parkeerplaatsen in de bezettingsgraad. Het is wel belangrijk om in de meting onderscheid te maken tussen reguliere parkeerplaatsen en aangewezen laadparkeerplaatsen, omdat deze een andere functie vervullen. Naarmate het aantal elektrische voertuigen groeit, wordt dit onderscheid steeds relevanter voor een correcte berekening van de beschikbare parkeercapaciteit per sectie.

Kan een parkeeronderzoek ook worden ingezet als onderbouwing bij een bezwaarprocedure?

Absoluut. Een professioneel uitgevoerd parkeeronderzoek, conform de CROW-richtlijnen en met een heldere methodologische verantwoording, is een sterk instrument bij bezwaar- en beroepsprocedures. Het biedt objectieve, reproduceerbare data die door een rechter of bezwaarcommissie als betrouwbaar bewijs kan worden beschouwd. Zorg er wel voor dat het onderzoek is uitgevoerd buiten vakantieperiodes en op de werkelijk maatgevende momenten, want dat zijn de punten waarop tegenpartijen het onderzoek doorgaans aanvechten.

Wat is het verschil tussen een parkeertelling en een parkeeronderzoek, en wanneer heb ik welke nodig?

Een parkeertelling is een momentopname: op één tijdstip worden bezette en vrije parkeerplaatsen geregistreerd. Een parkeeronderzoek omvat meerdere tellingen op verschillende momenten, gecombineerd met kentekenregistratie, sectieanalyse en een rapportage met conclusies en aanbevelingen. Voor een simpele check of er ruimte is in een straat kan een telling volstaan, maar voor onderbouwing van een vergunning, beleidswijziging of ruimtelijke ontwikkeling is altijd een volledig parkeeronderzoek vereist.

Scroll naar boven