Parkeergedrag in een wijk in kaart brengen doe je door systematisch te tellen hoeveel voertuigen geparkeerd staan op verschillende momenten van de dag en week, en die gegevens te vergelijken met de beschikbare parkeerplaatsen. Dit levert inzicht in de parkeerdruk, het gebruik per doelgroep, en knelpunten in de openbare ruimte. De onderstaande vragen helpen je stap voor stap door een volledig parkeeronderzoek in een wijk.
Welke gegevens heb je nodig voor een parkeeronderzoek?
Voor een parkeeronderzoek heb je drie basisgegevens nodig: het aanbod (het totale aantal beschikbare parkeerplaatsen), de bezetting (hoeveel plaatsen op een bepaald moment in gebruik zijn), en de kenmerken van het parkeergedrag (wie parkeert waar, hoe lang, en wanneer). Zonder deze drie elementen kun je geen betrouwbare conclusies trekken over de parkeersituatie in een wijk.
Concreet verzamel je de volgende informatie:
- Plattegrond van het onderzoeksgebied met alle parkeerplaatsen, inclusief openbare vakken, parkeerhavens, en eventueel private terreinen die openbaar toegankelijk zijn
- Tijdstippen en dagen waarop je telt, afgestemd op de verwachte piekmomenten (ochtend, middag, avond, weekend)
- Kentekens of aanwezigheidsduur om onderscheid te maken tussen kort en lang parkeren
- Aanwezige vergunningen of borden die het parkeerregime bepalen, zoals blauwe zones of vergunninghouderszones
Hoe gedetailleerder je het onderzoeksgebied van tevoren afbakent, hoe betrouwbaarder de resultaten zijn. Stel vooraf vast welke straten en parkeervakken je meeneemt, en leg dit vast op een overzichtskaart.
Hoe voer je een parkeertelling uit in de praktijk?
Een parkeertelling voer je uit door op vaste tijdstippen door het onderzoeksgebied te lopen of te rijden en per locatie het aantal geparkeerde voertuigen te registreren. De meest gebruikte methode is de rondetelling: je legt een vaste route vast en herhaalt die route meerdere keren per dag, op meerdere dagen.
Praktische stappen voor een betrouwbare telling:
- Stel een telroute op die alle relevante parkeerlocaties dekt, zonder overlap of hiaten.
- Kies representatieve teldagen: minimaal één doordeweekse dag en één dag in het weekend, bij voorkeur buiten vakantieperiodes.
- Tel op minimaal drie momenten per dag: vroeg in de ochtend (voor werktijd), overdag, en in de avond (wanneer bewoners thuis zijn).
- Registreer kentekens als je parkeerduur of doelgroepen wilt analyseren. Dit maakt het mogelijk om te zien of voertuigen de hele dag blijven staan of regelmatig wisselen.
- Leg bijzonderheden vast, zoals wegwerkzaamheden, evenementen, of tijdelijk geblokkeerde parkeerplaatsen, zodat je de data later correct kunt interpreteren.
Gebruik een gestandaardiseerd telformulier of een digitale app zodat alle tellers op dezelfde manier registreren. Consistentie in de meetmethode is bepalend voor de kwaliteit van de data.
Wat is parkeerdruk en hoe bereken je die?
Parkeerdruk is de verhouding tussen het aantal geparkeerde voertuigen en het totale aantal beschikbare parkeerplaatsen op een bepaald moment, uitgedrukt als percentage. Een parkeerdruk van 85% of hoger geldt in de praktijk als de grens waarbij zoekverkeer ontstaat en parkeren als problematisch wordt ervaren.
De berekening is eenvoudig:
Parkeerdruk (%) = (aantal bezette plaatsen ÷ totaal beschikbare plaatsen) × 100
Bereken de parkeerdruk apart voor elk telmoment en elke deellocatie. Zo zie je niet alleen de gemiddelde druk over het hele gebied, maar ook waar en wanneer de piek optreedt. Een wijk kan overdag een lage parkeerdruk hebben, terwijl de druk in de avond oploopt tot boven de 90% doordat bewoners terugkeren.
Presenteer de parkeerdruk bij voorkeur per straat of zone, per tijdstip, en per dag. Dat geeft een genuanceerd beeld dat direct bruikbaar is voor beleidsbeslissingen.
Hoe onderscheid je bewonersparkeren van bezoekersparkeren?
Het onderscheid tussen bewoners en bezoekers maak je op basis van parkeerduur en, waar van toepassing, vergunningsstatus. Voertuigen die meerdere telrondes achter elkaar op dezelfde plek staan, zijn hoogstwaarschijnlijk van bewoners. Voertuigen die wisselen tussen telrondes, zijn waarschijnlijk bezoekers of werknemers.
Twee methoden zijn hiervoor het meest geschikt:
- Kentekenmethode: Registreer kentekens per telronde en vergelijk de lijsten. Voertuigen die steeds terugkomen op dezelfde locatie zijn bewoners; nieuwe kentekens per ronde duiden op bezoekersparkeren.
- Vergunningenanalyse: In wijken met een vergunninghouderssysteem kun je via de gemeente nagaan welke kentekens een vergunning hebben. Dit geeft direct inzicht in de verhouding tussen bewoners en bezoekers.
Dit onderscheid is relevant voor gemeenten die parkeerbeleid willen afstemmen op de werkelijke gebruiksgroepen. Als de bezoekersstroom de bewonersparkeerdruk verhoogt, vraagt dat om andere maatregelen dan wanneer het probleem puur bij bewoners ligt.
Wanneer is een parkeeronderzoek verplicht of noodzakelijk?
Een parkeeronderzoek is verplicht of sterk aan te raden in een aantal situaties: bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die parkeerdruk kunnen verhogen, bij klachten van bewoners over parkeerproblemen, bij de invoering of wijziging van betaald parkeren of vergunningszones, en bij herinrichting van de openbare ruimte waarbij parkeerplaatsen verdwijnen of worden toegevoegd.
In Nederland zijn gemeenten op basis van de Omgevingsvisie en lokale parkeerbeleidsnota’s verplicht om bij bestemmingsplanwijzigingen de parkeerbehoefte te onderbouwen. Daarvoor is een kwantitatieve parkeeranalyse nodig. Ook CROW-richtlijnen (de landelijke standaard voor verkeers- en parkeeronderzoek) schrijven voor hoe je de parkeerbehoefte berekent bij nieuwe functies zoals woningbouw, kantoren, of winkels.
Buiten de formele verplichting is een parkeeronderzoek ook nuttig als signaalinstrument: het objectiveert klachten, maakt discussies tussen bewoners en gemeente feitelijk, en helpt om prioriteiten te stellen bij de aanpak van parkeerproblemen.
Hoe verwerk je parkeerdata tot een bruikbaar rapport?
Parkeerdata verwerk je tot een bruikbaar rapport door de ruwe telgegevens samen te vatten in overzichten per locatie en tijdstip, de parkeerdruk te berekenen, en de resultaten te vertalen naar concrete conclusies en aanbevelingen. Een rapport dat alleen data presenteert zonder duiding, is voor beleidsmakers en opdrachtgevers weinig bruikbaar.
Een goed parkeerrapport bevat minimaal de volgende onderdelen:
- Onderzoeksopzet: welke locaties, teldagen, tijdstippen, en methode zijn gebruikt
- Aanbodoverzicht: het totale aantal parkeerplaatsen per zone, inclusief type (openbaar, vergunning, betaald)
- Bezettingsoverzichten: tabellen of grafieken met de parkeerdruk per meetmoment en locatie
- Analyse per doelgroep: indien van toepassing, het onderscheid tussen bewoners, bezoekers, en werknemers
- Knelpuntenkaart: een visueel overzicht van locaties met een parkeerdruk boven de 85%
- Conclusies en aanbevelingen: concrete, uitvoerbare adviezen afgestemd op de gevonden knelpunten
Gebruik kaarten en tabellen om de data inzichtelijk te maken. Beleidsmakers lezen rapporten vaak globaal; een duidelijke samenvatting aan het begin met de belangrijkste bevindingen vergroot de kans dat de aanbevelingen ook daadwerkelijk worden opgepakt.
Hoe wij helpen bij parkeeronderzoek in jouw wijk
Wij voeren parkeeronderzoeken uit voor gemeenten en andere opdrachtgevers die grip willen krijgen op de parkeersituatie in een wijk of gebied. Daarbij combineren we veldonderzoek met een heldere rapportage die direct bruikbaar is voor beleid en besluitvorming.
Wat we voor je doen:
- Opzet van het onderzoek: afbakening van het gebied, keuze van teldagen en tijdstippen, en afstemming op de specifieke vraag van de opdrachtgever
- Uitvoering van parkeertellingen: systematisch en conform CROW-richtlijnen, met kentekenmeting waar relevant
- Berekening van parkeerdruk per zone, tijdstip, en doelgroep
- Helder eindrapport met overzichtskaarten, tabellen, en concrete aanbevelingen
Wil je weten wat een parkeeronderzoek voor jouw situatie kan opleveren? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt een volledig parkeeronderzoek in een wijk gemiddeld?
De doorlooptijd van een parkeeronderzoek hangt af van de omvang van het onderzoeksgebied en het aantal teldagen. Voor een gemiddelde wijk reken je op twee tot vier teldagen in het veld, gevolgd door één tot twee weken voor dataverwerking en rapportage. Bij grotere gebieden of complexere onderzoeksvragen — zoals een combinatie van bewoners- en bezoekersanalyse — kan dit oplopen tot vier tot zes weken in totaal.
Hoeveel tellers heb je nodig voor een betrouwbare parkeertelling?
Het aantal benodigde tellers hangt af van de grootte van het onderzoeksgebied en de gewenste telfrequentie. Als vuistregel geldt dat één teller een gebied van maximaal 200 tot 300 parkeerplaatsen per telronde betrouwbaar kan registreren. Bij grotere wijken verdeel je het gebied in zones en zet je per zone een teller in, zodat alle locaties binnen dezelfde tijdsspanne worden geteld en de data onderling vergelijkbaar blijft.
Wat doe je als de parkeerdruk structureel boven de 85% uitkomt?
Een structurele parkeerdruk boven de 85% is een signaal dat directe maatregelen nodig zijn. Veelgebruikte oplossingen zijn het invoeren of uitbreiden van een vergunninghouderssysteem, het aanleggen van extra parkeerplaatsen, het beter benutten van bestaande capaciteit op nabijgelegen locaties, of het ontmoedigen van langparkeerders via blauwe zones of betaald parkeren. Welke maatregel het meest effectief is, hangt af van de uitkomsten van de doelgroepanalyse: een bewonersprobleem vraagt om een andere aanpak dan een bezoekersprobleem.
Mag je kentekens registreren voor een parkeeronderzoek en hoe zit dat met de AVG?
Ja, kentekens mogen worden geregistreerd voor parkeeronderzoek, maar dit valt onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) omdat kentekens als persoonsgegevens worden beschouwd. In de praktijk betekent dit dat je de gegevens alleen gebruikt voor het specifieke onderzoeksdoel, ze niet langer bewaart dan noodzakelijk, en de verwerking vastlegt in een verwerkingsregister. Gemeenten en professionele onderzoeksbureaus werken doorgaans met een privacyprotocol dat hieraan voldoet; het is verstandig dit vooraf schriftelijk vast te leggen.
Kun je een parkeeronderzoek ook gebruiken als bewijs bij een bezwaarprocedure of juridisch geschil?
Ja, een professioneel uitgevoerd parkeeronderzoek dat voldoet aan de CROW-richtlijnen kan als onderbouwing dienen in bezwaarprocedures, bijvoorbeeld bij de invoering van betaald parkeren of bij bestemmingsplanwijzigingen. Rechters en bezwaarcommissies hechten waarde aan objectieve, methodisch verantwoorde data. Het is daarvoor essentieel dat de onderzoeksopzet, telmethode, en gehanteerde normen transparant en reproduceerbaar zijn gedocumenteerd in het rapport.
Wat is het verschil tussen een parkeernorm en een parkeerdruk, en wanneer gebruik je welke?
Een parkeernorm is een richtgetal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen een nieuwe functie — zoals een woning, kantoor, of winkel — zou moeten genereren; dit wordt gebruikt bij ruimtelijke planvorming en is gebaseerd op CROW-publicaties. Parkeerdruk is een meting van de werkelijke bezetting op een bepaald moment en geeft aan hoe vol het bestaande aanbod is. Je gebruikt parkeernormen bij het plannen van nieuwe ontwikkelingen, en parkeerdrukmetingen om de huidige situatie in een bestaande wijk in kaart te brengen en knelpunten te signaleren.
Hoe vaak moet je een parkeeronderzoek herhalen om trends te kunnen signaleren?
Voor een betrouwbaar beeld van trends is het aan te raden een parkeeronderzoek minimaal eens per twee tot drie jaar te herhalen, of direct na een significante wijziging in de omgeving — zoals de oplevering van een nieuwbouwproject, de invoering van een vergunningsstelsel, of een grote herinrichting van de openbare ruimte. Door metingen op vergelijkbare teldagen en tijdstippen te herhalen, kun je de resultaten direct vergelijken en aantonen of de parkeerdruk is toe- of afgenomen als gevolg van genomen maatregelen.
